About language tasks

Op deze pagina kunt u lezen waarom het leren van de Engelse taal nou zo belangrijk is en wat de theorie zegt over het leren van de moderne vreemde taal. Daarnaast is onderaan de pagina informatie te lezen over de ‘taakgerichte aanpak’, waar deze website deels op gebaseerd is.

Untitled design

Het leren van de Engelse taal
Waarom is het eigenlijk zo belangrijk dat kinderen Engels leren? De Engelse taal is een taal die op vele plekken in de wereld gesproken wordt. Je hoeft de televisie maar aan te zetten en een van de eerste dingen die je waarschijnlijk zult horen is de Engelse taal. Niet alleen op televisie maar ook in tijdschriften, reclames en noem het maar op. Overal om je heen kom je de taal tegen. Het is niet alleen goed dat kinderen Engels leren zodat zij zich kunnen redden in vakantielanden en de televisie kunnen begrijpen maar door het leren van de Engelse taal worden kinderen ook klaar gestoomd voor een plek in de internationale samenleving. Zoals het artikel Vreemde talen in het onderwijs (Onderwijsraad, 2008) schrijft, verliezen Europese bedrijven internationale omzet door een gebrek aan taalbeheersing van de medewerkers. Het is dus van belang dat men een betere taalbeheersing nodig heeft en dus beter taalonderwijs. Hoewel de Onderwijsraad wel opmerkt dat de kernvakken rekenen en de Nederlandse taal de prioriteit hebben in het onderwijs, boven de vreemde talen, stimuleert de Europese Commissie meertaligheid van burgers. Dit vanuit de gedachte dat meertaligheid van de burgers kan bijdragen aan onder andere onderling begrip en kennis van elkaars cultuur. Een betere beheersing van de moderne vreemde taal, waaronder Engels, zorgt voor een betere kans op de arbeidsmarkt. Zoals het artikel Vreemde talen in het onderwijs (Onderwijsraad, 2008) ook schrijft: “Engels en Duits staan bovenaan de prioriteitenlijst van werkgevers als bedrijfsleven, universiteiten en overheid. In Europees verband is als ambitie afgesproken dat lidstaten burgers zullen aansporen vanaf jonge leeftijd ten minste twee talen naast de moedertaal te leren. De meeste Europese landen onderschrijven de ambities en werken er aan het onderwijs te verbeteren”. Engels is de belangrijkste taal in de communicatie op het vakgebied, en soms is het beheersen van deze taal nog belangrijker dan het beheersen van het Nederlands. (Onderwijsraad, 2008)

Verschillende vaardigheden
Hoewel het kunnen spreken of een gesprek voeren in de Engelse taal ontzettend belangrijk is, lijken de andere vaardigheden (lezen, luisteren, schrijven, grammatica en idioom) toch meer aandacht te krijgen in het vreemde taalonderwijs. Met name de grammatica staat centraal, terwijl men zich prima zou kunnen redden in de vreemde taal zonder perfect grammatica gebruik, mits er duidelijk gemaakt kan worden wat bedoeld wordt door de spreker. De meningen over het aanleren van grammatica lopen erg uiteen. Waar de een vindt dat de docent de grammatica inductief moet aanbieden, vindt de ander dat het deductief aangeboden moet worden. De beste manier lijkt een combinatie van beide, blijkt uit het artikel Effectiviteit van grammatica onderwijs (Enti Arends, 2010). Het stelt dat docenten en leergangauteurs zich moeten beseffen dat er meerdere manieren zijn om de leerlingen bezig te laten gaan met grammatica. Hoewel de ene manier misschien meer leerwinst geeft dan de andere, heeft iedere manier effect. Dit is gebleken uit het onderzoek dat gedaan is naar grammaticaonderwijs. Variatie en mogelijk ook differentiatie komt voort uit het afwisselen in instructievorm.

Zoals al eerder vermeld is gespreksvaardigheid belangrijk. Er wordt van de leerlingen verwacht dat zij gesprekken kunnen voeren in dagelijkse situaties. Echter, in de leergangen wordt weinig aandacht besteed aan het voeren van gesprekken. Voordat de term ‘gespreksvaardigheid’ werd ingevoerd gebruikte men de term ‘spreekvaardigheid’. De twee termen worden nog steeds wel eens met elkaar verward, ook al weten we inmiddels dat er een groot verschil is tussen de twee vaardigheden. De term spreekvaardigheid werd voornamelijk verbonden met twee oefen- en toets vormen: de spreekbeurt, waarbij het ging om monologisch en voorbereid te spreken, of zelf het moeten voorlezen van een tekst die van te voren door de spreker was geschreven, en de boekentest, een mondeling examen over literatuurgeschiedenis of over een boek dat gelezen moest worden volgens een bepaalde leeslijst. (Kwakernaak, 2009) De term gespreksvaardigheid wordt gebruikt om aan te geven dat het gaat om het voeren van gesprekken over alledaagse en functionele onderwerpen. Het dialogische karakter wordt benadrukt door middel van de term ‘gesprek’. Het is duidelijk dat de leerling op school moet leren zich te kunnen redden in bepaalde mondelinge contactsituaties, maar toch is de merken aan de onderwijspraktijk dat de didactiek voor de mondelinge vaardigheden nog niet lang onder de aandacht is. (Kwakernaak, 2009)

Motivatie
Wat is de definitie van ‘motivatie’? Volgens het woordenboek Van Dale (Dale, 2016) staat motivatie voor: beweegredenen, drijfveer. Uit onderzoek (Kaplan & Maehr, 2007) is gebleken dat leerlingen meer leren als ze gemotiveerd zijn en zich betrokken voelen bij het leren. Als docent kun je hier je voordeel mee doen door ervoor te zorgen dat er een leeromgeving gecreëerd wordt die de betrokkenheid en de motivatie van de leerlingen te goede komt. Een krachtige leeromgeving is te herkennen aan het gedrag van de leerlingen. Ze zijn op hun best, tevreden en actief bezig met hun leertaak. De volgende factoren zijn bepalend voor de kracht van de leeromgeving; het welzijn van de leerling en de mate van betrokkenheid van een leerling. Onder het welzijn van de leerling wordt verstaan dat een leerling zich prettig voelt, tevreden is en plezier heeft in zijn werk. De leerling is ontspannen, energiek, benaderbaar en staat open voor zijn omgeving. Natuurlijk bepaalt niet alleen de leeromgeving of een leerling zich prettig voelt, want zijn gehele leefomgeving is daarop van invloed. Wel bepaal je als docent hoe je omgaat met bepaalde situaties. De mate van betrokkenheid van de leerling vertelt iets over hoe intensief de leerling bezig is met de activiteit of taak. Deze betrokkenheid kan beschreven worden aan de hand van vijf verschillende niveaus; geen activiteit, onderbroken activiteit, activiteit zonder intensiteit, activiteit met enkele intensieve momenten en ononderbroken, intensieve activiteit. Wanneer je de kwaliteit van de leeromgeving wilt meten kun je dit doen door de betrokkenheid van een individuele leerling of van de gehele groep te peilen. Dit kan door te observeren. Het boek Lessen in orde (Teitler, 2014) legt uit dat de motivatie van leerlingen door de meeste docenten wordt gezien als een ongrijpbaar gegeven. Het is er wel of het is er niet. Voor een deel is dit inderdaad zo, maar onderzoek heeft ook laten zien dat wanneer leerlingen zich hechten aan aan langetermijndoelen, zoals bijvoorbeeld een interessant beroep of een goede maatschappelijke positie, zij ook meer gemotiveerd waren omdat ze het verband zagen tussen hun toekomst en hun dagelijkse gezwoeg. Volgens Lessen in orde (Teitler, 2014) kunnen docenten wel degelijk op meerdere manieren invloed uitoefenen op de motivatie van leerlingen. Ze kunnen dit doen door bijvoorbeeld de leerlingen te belonen en door een goede band met de leerlingen te hebben zullen ze harder en beter werken. Ook zorgt het lesgeven op een enthousiaste manier voor meer motivatie bij leerlingen, en moet de leerstof betekenisvol zijn. Zoals het boek Handboek voor leraren (Geerts & van Kralingen, 2012) uitlegt geeft een enthousiaste docent de boodschap af dat zijn vak belangrijk en leuk is. Ook wordt gezegd dat anticiperen op ongemotiveerde leerlingen mogelijk is door bijvoorbeeld competitieve werkvormen in te zetten.

Taakgericht leren
Bij onderzoek naar het begrip taakgericht onderwijs is het van belang dat het verschil tussen taakgericht leren en taakgericht werken duidelijk is. Taakgericht werken betekent dat kinderen zich focussen op de opdracht die ze moeten doen en dat ze op een rustige en geconcentreerde manieren werken aan die opdracht (Wij-leren, 2016). Een taakgerichte benadering maakt gebruik van betekenisvolle, levensechte en leerzame taken die de leerling voldoende prikkels bieden om een taak uit te voeren (Staatsen, 2009). Een taaltaak wordt veelal omschreven als een complex van taalhandelingen dat zoveel mogelijk aansluit op de realiteit waarin de leerlingen de doeltaal moeten toepassen. “De term ‘taakgericht’ is een leenvertaling van ‘task-based’ of ‘task oriented’, afkomstig uit een vto-theorie die in de jaren negentig in de Verenigde Staten opkwam” (Kwakernaak, 2009). De Wikipedia pagina (Wikpedia, 2015) zegt het volgende over ‘task-based learning’: “Task-based Language Teaching (TBLT), also known as ‘task-based instruction (TBI) focuses on the use of authentic language and on asking students to do meaningful tasks using the target language. Such tasks can include visiting a doctor, conducting an interview, or calling customer service for help. Assessment is primarily based on task outcome (in other words the appropriate completion of real world tasks) rather than on accuracy of prescribed language forms. This makes TBLL especially popular for developing target language fluency and student confidence. As such TBLL can be considered a branch of Communicative Language Teaching (CLT).” Oftewel: bij taakgericht leren ligt de focus op het toepassen van de taal en worden de leerlingen diverse taaltaken aangeboden waarbij ze de taal moeten toepassen in realistische situaties. In plaats van dat het leren van bepaalde taalstructuren centraal staat, worden deze structuren gebruikt als hulmpiddel om tot een eindproduct te komen waarbij de leerling de taal zelf kan toepassen. De website van Teaching English (Frost, 2005) legt kort en krachtig uit wat een taakgerichte aanpak inhoudt: “Task -based learning offers an alternative for language teachers. In a task-based lesson the teacher doesn’t pre-determine what language will be studied, the lesson is based around the completion of a central task and the language studied is determined by what happens as the students complete it. The lesson follows certain stages.”

Zoals de webpagina van British Council (Frost, 2005) uitlegt bestaat taakgericht leren uit verschillende fases: een pre-task waarbij de docent het onderwerp van de taak introduceert en instructies geeft aan de leerlingen, vervolgens krijgen de leerlingen een taak waarbij zij mogelijk in tweetallen of kleine groepjes zullen werken en taalstructuren of idioom toegereikt krijgen die zij kunnen gebruiken voor de taak, na het werken aan de taak wordt feedback gegeven, wordt het eindproduct gepresenteerd en wordt er geëvalueerd. Binnen de taak kunnen zich oefeningen of opdrachten bevinden die taalgericht zijn, bijvoorbeeld over grammatica of woordenschat. Die oefeningen kunnen de leerlingen helpen om de taak te volbrengen. Hoe taaltaken er precies uit moeten zien zal naar voren komen in mijn onderzoek.

De communicatieve benadering legt meer nadruk op het natuurlijke taalleerproces en op het eigen initiatief van de leerling. (Kwakernaak, 2009) Het uitgangspunt van een aanpak als de communicatieve aanpak is normaal taalgebruik en niet zozeer taalelementen. Een ander verschil tussen een aanpak die sterker inhoud gericht is (communicatieve aanpak) en een aanpak die sterker taalgericht is (grammatica-vertaalmethode, audiolinguale methode), is het doel. Waar de taalgerichte aanpak als doel heeft het beheersen van taalelementen, heeft een sterker inhoud gerichte aanpak als doel het gebruiken van de taal in normale situaties. Wat je ook kunt stellen, is dat de grammatica-vertaal- en de audiolinguale methode bottom-up werken, en de communicatieve aanpak sterker top-down.

Untitled design

output_ti7Wwf

 

Geraadpleegde bronnen:

  • Cunningham, S., & Moor, P. (1998). Cutting Edge, a practical approach to task-based learning. Essex: Addison Wesley Longman Limited.
  • Frost, R. (2005). A task-based approach . Opgehaald van Teaching English: https://www.teachingenglish.org.uk/article/a-task-based-approach
  • Kwakernaak, E. (2009). Didactiek van het vreemdetalenonderwijs. Bussum: Coutinho.
  • leerplanontwikkeling, S. (2008). Handreiking schoolexamens vmbo. Opgeroepen op januari 2016, van
  • Europees Referentie Kader: http://www.erk.nl/docent/erk_in_de_praktijk/taaltaak/maken
  • Onderwijserfgoed. (2011). De Mammoetwet, de democratisering van het onderwijs. Opgeroepen op januari 9, 2016, van Onderwijserfgoed : http://www.onderwijserfgoed.nl/content/de-mammoetwet-0
  • Staatsen, F. (2009). Moderne vreemde talen in de onderbouw. Bussum: Coutinho.
  • van Avermaet, P., & van den Branden, K. (1996). Taakgericht onderwijs: theoretische uitgangspunten . Levende talen , 1 t/m 4.
  • Wij-leren. (2016). Taakgericht werken. Opgeroepen op 2016, van Wij-leren: http://wij-leren.nl/taakgericht-werken.php
  • Willis, D., & Willis, J. (2007). Doing task-based teaching. Oxford: Oxford univerity press.